Uitgebreide biografie

ANDRE DEMEDTS

1906-1992

(Aangepaste overname uit: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985))


Dichter, romanschrijver en essayist (Sint-Baafs-Vijve 8.8.1906 - Oudenaarde 4.11.1992).

Belangrijk voor Demedts is zijn onwankelbare trouw aan de christelijke levensopvatting, zijn sociale en volksnationale bewogenheid. Demedts was van oordeel dat de ontwikkeling van een volksgemeenschap zowel materiële voorwaarden als geestelijke ontplooiing impliceert.

Zijn activiteiten op diverse terreinen van het culturele leven in Vlaanderen, maken dat hij gerust beschouwd mag worden als een van zijn belangrijkste cultuurdragers.

Voor de Vlaamse Beweging ligt Demedts betekenis vooral op het vlak van zijn inspirerende kracht. Hoewel steeds voorzichtig in zijn optreden, was zijn streven naar Vlaamse zelfstandigheid steeds duidelijk aanwezig.

 

BIOGRAFIE

8 augustus 1906: André Demedts werd geboren te Sint-Baafs-Vijve (Waregem) in de streek van de Mandel en de Leie.

André was de oudste zoon van Maurits Demedts en bleef een zwak en ziekelijk kind dat regelmatig afwezig was tijdens zijn lagere schooltijd. Uit dertien bevallingen hield moeder Celesta Vandenhende slechts vier kinderen over: drie zonen en één dochter. Thuis vond hij geen passende speelgenootjes, want zijn broers Paul (1914) en Michel (1922) kwamen door hun verschil in leeftijd hier niet voor in aanmerking.
Zijn zus, Gabrielle (1909), zou later ook als dichteres bekend worden. Zij was ook hoofdredactrice van ‘Handen‘.
Zijn voorouders vestigden zich reeds in 1626 op de hoeve "Den Elsbos" op de Drogenbroodhoek in de streek tussen Mandel en Leie. Deze hoeve ligt op de grens van Oostrozebeke, Sint-Baafs-Vijve en Wakken. Het land is stil en weids en "vlak als een tafel".
1918-1919: Demedts volgde lager secundair onderwijs aan het Sint-Lievenscollege te Gent. (Hij woonde in Gentbrugge in bij zijn oom Dr. Leestmans).

1919-1921: Handelsafdeling van het Sint-Amandscollege te Kortrijk.

Op het college te Kortrijk was hij bevriend met Jozef Devroe, de latere Vlaams-nationalistische volksvertegenwoordiger en oorlogsburgemeester. Demedts werd lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond.
Hij publiceerde zijn eerste stukjes in het studentenleesblad ‘Die Cnodse'. Aanvankelijk kwam zijn betrokkenheid alleen tot uiting in bekend geworden gedichten als ‘Lof van mijn land ‘en vooral ‘Vlaanderen', waarin hij de bereidheid vertolkt van de toenmalige jeugd om zich geheel in te zetten voor de Vlaamse zaak.
Als oudste zoon uit een landbouwersgezin kon hij zijn studies niet afmaken omdat hij mee op de ouderlijke boerderij Den Elsbos moest helpen, maar bekwaamde zich verder door zelfstudie.
1924: De eerste gedichten van André Demedts verschenen in 1924 in "Averbode's Weekblad" en "Hooger Leven". Naast de arbeid op de hoeve vond hij nog de tijd, vaak ‘s avonds en ‘s nachts, om verzen en novellen te schrijven.

1927 tot 1937: Sloot zich aan bij de Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ). Actief in de studiekringen van de plaatselijke en gewestelijke werking

Onder invloed van Cyriel Verschaeve, maar meer nog naar het voorbeeld van Hugo Verriest, was hij van oordeel dat de ontvoogding van een volk niet mogelijk is zonder geestelijke en culturele verheffing.
1929 tot 1931: Debuteerde als dichter in 1929 onder invloed van het expressionisme Jasmijnen (1929), Geploegde aarde (1931) en evolueerde naar een sober realisme: Vaarwel (1940), Verzamelde gedichten (1976) en De jaargetijden (1979).

In die periode was hij ook waarnemend voorzitter van de KAJ van het arrondissement Roeselare-Tielt.
1930 tot 1934: Behoorde samen met Pieter Buckinx, René Verbeeck en Jan Vercammen tot de redactie van het expressionistische tijdschrift Tijdstroom.

1936: Publicatie van zijn eerste roman "Het leven drijft".

1937: Maakte hij deel uit van de opvolger van het tijdschrift Vormen.

1938: Trad in het huwelijk met Germaine Ide en werd vader van 4 kinderen: twee dochters (Mieke en Hilde) en twee zonen (Maurits en Dirk).

1937-1949: Via een bekwaamheidsproef voor een Examencommissie werd hij in 1937 leraar aan de Vrije Hogere Technische Handelsschool te Waregem.

Literatuur was nooit veraf: tijdens deze periode schreef hij vier stevige romans, terwijl zijn ervaringen op het college hem stof en inspiratie leverden voor evenveel jeugdboeken onder het pseudoniem Koen Lisarde.
Tijdens zijn leraarschap, inclusief de oorlogsjaren, zette hij zijn literaire en culturele bedrijvigheid voort:
Hij nam deel aan Cultuurdagen,
Werkte mee aan bladen als Nieuw Vlaanderen en Volk en Kultuur, en werk van hem werd in het Duits vertaald.
Dat bezorgde hem bij de bevrijding in 1944 enige moeilijkheden. Demedts werd van 13 tot 24 oktober vastgehouden en nadien weer vrijgelaten.
1949 to 1971: Op speciaal verzoek van directeur-generaal Jan Boon aanvaardde Demedts in december 1949 de benoeming tot diensthoofd van de gewestelijke omroep West-Vlaanderen van de toenmalige BRT (Belgische Radio en Televisie).

1946: Via het Stijn Streuvels-nummer van Dietsche Warande en Belfort (1946) kwam hij in contact met de Frans-Vlaming Pierre Berteloot. Deze ontmoeting lag aan de basis van zijn blijvende actie voor Frans-Vlaanderen.

25 juli 1948: Onder zijn voorzitterschap vond te Waregem op 25 juli 1948 de eerste ontmoetingsdag met Frans-Vlamingen plaats. Deze leidde tot de oprichting van de Frans-Vlaamse Cultuurdagen en van het Komitee voor Frans-Vlaanderen. (André Demedts, ‘Tien jaar kontakten met de Franse NederlandenAndré Demedts' In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1976 (1976)

1952: Was medeoprichter van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, dat het tijdschrift West-Vlaanderen (thans Vlaanderen) uitgeeft.

1957: Op inspiratie en suggestie van André Demedts stichtte de negentienjarige Jozef Deleu in 1957 het tijdschrift Ons Erfdeel. Het blad besteedde aanvankelijk vooral aandacht aan de situatie van het Nederlands in Frans-Vlaanderen. Na enkele jaren evolueerde het blad tot een algemeen-Nederlands cultureel tijdschrift. André Demedts was nooit lid van de redactie, maar wel vele jaren een zeer gewaardeerd medewerker. Bij de oprichting van de Stichting Ons Erfdeel vzw werd hem het ere-voorzitterschap van de Raad van Bestuur aangeboden.

Door zijn beginselvastheid en zijn onpartijdigheid had hij zich intussen in de Vlaamse Beweging een groot moreel gezag verworven.

1959: Reis naar Congo.

1959: Lid van de Kultuurraad voor Vlaanderen.

In deze hoedanigheid zette hij zich onder meer in 1962 effectief in voor het behoud van de streek Komen-Moeskroen binnen het Vlaamse landsgedeelte. Toen de faciliteiten er later niet werden toegepast, was hij in 1971 de inspirator van het tijdschrift ‘Ons Kanton'.

1962: Lid van de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde. In de traditie van Ernest Claes en Felix Timmermans bouwde hij een flinke reputatie op in het ‘voordracht-geven'.

Een niet te (onder)schatten invloed had Demedts met zijn meer dan drieduizend bezielende voordrachten (onder meer voor het Davidsfonds) over allerlei onderwerpen
Vertrouwde thema's waren: zijn strijd voor het behoud van het Nederlands en de bijhorende cultuur in Frans-Vlaanderen. Als overtuigd Groot-Nederlander ijverde hij ervoor om Nederland, Vlaanderen, Frans-Vlaanderen en Zuid-Afrika als één cultuur te zien.
Hij hield voordrachten zowat overal in Vlaanderen, op culturele congressen in Nederland, Frans-Vlaanderen en Wallonië, in Rome en op rondreizen door het toenmalige Belgisch-Kongo en Zuid-Afrika. Wie hem eenmaal had gehoord weet met welke bezieling en emotionele bewogenheid hij steeds het woord voerde en welke charismatische impact hij op zijn toehoorders had
1963: Bezoek aan Zuid-Afrika.

1965: Lid van het IJzerbedevaartcomité.

1966: Schreef in ‘Ons Erfdeel' in verband met de splitsing van de Leuvense universiteit een zeer vrijmoedig artikel dat een directe invloed had op de verklaring die Mgr. Emiel de Smedt, bisschop van Brugge, daarna aflegde en die tot een spoedige oplossing zou leiden.

1970: Door de Marnixring Kortrijk-Broel werd een André-Demedtsprijs in het leven geroepen, die jaarlijks wordt toegekend aan mensen of organisaties die zich in zijn geest hebben verdienstelijk gemaakt voor de groot-Nederlandse cultuur.

1973-1978: Eén voor één verschijnen de vier delen van ‘De eer van ons volk', een historische roman over de periode 1782-1815, gebaseerd op een familiegeschiedenis, waarin tegen een Europese achtergrond het dagelijks sociaal-economische, intellectuele en godsdienstige leven in westelijk Vlaanderen wordt getekend: De Belgische republiek (1973), Hooitijd (1974), Goede avond (1976) en Een houten kroon (1978).

Met deze romancyclus wou hij de opvatting propageren dat een volk dat zijn geschiedenis niet kent of geen geschiedenis meer maakt, geen volk meer zal blijven of uit de geschiedenis zal verdwijnen.
De oerversie van deze vier kloeke delen werd reeds gepubliceerd in 31 afleveringen tussen 17 mei en 13 december 1941 in de eerste jaargang van Volk en Kultuur, het ‘Weekblad voor volksche kunst en wetenschap'. Volk en Kultuur werd uitgegeven door de vereniging Volk en Kunst die aanleunde bij het VNV en de DeVlag.
1981: ‘Geluk voor iedereen'(1981), een roman over de jaren 1840-1848 in West- en Oost-Vlaanderen, "de jaren van onze diepste armoede en vernedering". Hier herneemt hij zijn levenslange overtuiging en motivatie:‘De noodzaak van een zowel materiële als geestelijke ontvoogding voor de ontplooiing van een volksgemeenschap'

1983: Opening van de oude pastorie in zijn geboortedorp St-Baafs-Vijve als A. Demedtshuis: het is een museum, maar naar de wens van Demedts zelf in de eerste plaats een ontmoetingsruimte voor jong en oud en een cultureel centrum. André Demedtshuis - Leiestreek

1985: Publicatie van ‘Veertien-achttien', een kroniek van de Eerste Wereldoorlog, met onder andere het ontstaan van het activisme en de Frontbeweging en de toenemende spanning tussen gematigden en radicalen. De dragende gedachte is "dat ieder volk recht op zelfbestuur heeft, van het ogenblik dat het in staat blijkt die verantwoordelijkheid te dragen". Een gedachte die aansluit bij de toenmalige na-oorlogse Europese ontvoogdingsgedachte van de kleinere volken.

1986: Nog tijdens zijn leven werd op initiatief van de VTB-VAB zijn borstbeeld onthuld.

1990: Toekenning van de Driejaarlijkse Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan.

4 november 1992: André Demedts overleed te Oudenaarde.

Zijn schrijversloopbaan: een overzicht

Debuteerde als dichter in 1929 onder invloed van het expressionisme en evolueerde naar een sober realisme: Jasmijnen (1929), Geploegde aarde (1931), Vaarwel (1940), Verzamelde gedichten (1976) en De jaargetijden (1979).
Schreef jeugdverhalen onder de schuilnaam Koen Lisarde; verder essays, o.a. Stijn Streuvels. Een terugblik op leven en werk (1971) en een autobiografie, De dag voor gisteren (1966) die men als zijn ‘levensboek' mag beschouwen.
Zijn literaire betekenis ligt vooral in de romans De ring is gesloten (1951) en In uw handen (1954). De levenden en de doden (1959) is een filosofische en tevens psychologische roman, een eerlijke maar niet altijd overtuigende poging om de na-oorlogse zuiveringsproblemen vanuit een ruim menselijk standpunt te beschouwen.
Volgens eigen verklaring schrijft Demedts voor gelijkdenkenden, nl. roomsgelovigen. Nog lange tijd (1961) is een sociale roman op grond van de hoofdthema's in zijn hele werk: het onrecht op de wereld en het probleem van het lijden. Psychologisch geslaagd, wat vlak van stijl, maar met overtuiging geschreven. Later verschenen nog: Alleen door vuur (1965) en Je komen halen (1969).
Zijn belangrijkste werk is zijn vierdelige cyclus De eer van ons volk, een historische roman over de periode 1782-1815, gebaseerd op een familiegeschiedenis, waarin tegen een Europese achtergrond het dagelijks sociaal-economische, intellectuele en godsdienstige leven in westelijk Vlaanderen wordt getekend: De Belgische republiek (1973), Hooitijd (1974), Goede avond (1976) en Een houten kroon (1978).